Waarom je de markt waarschijnlijk niet verslaat met een sector-ETF

Iedereen die belegt, heeft weleens de verleiding gevoeld om te proberen om de markt te verslaan. Bijvoorbeeld met sector-ETF. Waarom het niet waarschijnlijk is dat dat lukt, zetten we in dit artikel op een rij (met inzichten van onder andere Ben Felix en Daniel Kahneman)
Defense ETF

Iedereen die belegt, heeft weleens de verleiding gevoeld om te porberen “de markt te verslaan”. Het idee is simpel: als je rationeel, vooruitziend en slim genoeg bent, moet het toch mogelijk zijn om een beter rendement te behalen dan een doorsnee index? Een van de manieren waarop beleggers dit proberen te doen, is door zich te richten op een specifieke sector. Denk aan een Defense ETF (gericht op defensiebedrijven) of een Tech ETF (gericht op technologiebedrijven). Ziet een sector er veelbelovend uit, dan kan het logisch lijken om daar in te investeren.

Toch blijkt in de praktijk dat je met een geconcentreerde investering zelden structureel beter presteert dan de brede markt. In een recente YouTube-aflevering van Ben Felix (Chief Investment Officer bij PWL Capital) illustreert hij precies deze valkuil. Hij laat zien hoe veel beleggers in sectorbeleggen verstrikt raken in hun eigen optimisme, terwijl decennia aan historische cijfers het tegendeel suggereren.

Daarnaast weten we dankzij Daniel Kahneman, Nobelprijswinnaar en grondlegger van de gedragseconomie, dat beleggers niet altijd rationeel handelen. Onbewuste biases en denkfouten (zoals overmoed, bevestigingsdrang en kuddegedrag) verleiden ons tot het idee dat “wij het wél goed zien”, terwijl de werkelijkheid vaak een stuk weerbarstiger is.

In dit artikel leggen we uit:

  1. Hoe de psychologie van beleggers (met name Kahnemans inzichten) leidt tot een overschatting van ons vermogen de markt te verslaan.
  2. Waarom sectorbeleggen – en specifiek investeren in sector-ETF’s – op de lange termijn zelden betere resultaten oplevert dan een breed gespreide marktportefeuille.
  3. Welke historische gegevens (onder andere uit de aflevering van Ben Felix en data van Kenneth French) deze stelling onderbouwen.
  4. Waarom de winnende sector van vandaag vaak de verliezer van morgen is, en hoe prijsvorming hierbij een cruciale rol speelt.
  5. Een simpele, maar effectieve strategie om teleurstellingen te voorkomen: breed gespreid beleggen in een wereldwijde ETF.

1. De psychologie achter sectorbeleggen

Overmoed (Overconfidence Bias)

Een van de belangrijkste conclusies uit Kahnemans werk is dat mensen geneigd zijn hun eigen kennis en competenties te overschatten. Zeker in domeinen waar we iets vanaf denken te weten – zoals een specifieke sector – neemt ons zelfvertrouwen snel toe. Zelfs professionals worden slachtoffer van deze overconfidence bias: zij hebben toegang tot veel informatie, maar dat betekent niet dat ze de richting van de sector of individuele aandelen adequaat kunnen voorspellen.

Bevestigingsbias (Confirmation Bias)

We staan ook bekend om onze bevestigingsbias: de neiging om selectief op zoek te gaan naar informatie die onze bestaande opvattingen bevestigt, terwijl we tegengeluiden negeren. Wie ervan overtuigd is dat defensiebedrijven “een gouden toekomst” hebben, zal eerder nieuwsberichten lezen over stijgende defensiebudgetten, conflicten die vragen om meer wapens en het opbouwen van strategische voorraden. Informatie die wijst op de mogelijkheid van toegenomen concurrentie, diplomatieke ontwikkelingen of bezuinigingen negeren we. We zien vooral wat we willen zien.

Beschikbaarheidsheuristiek (Availability Heuristic)

De beschikbaarheidsheuristiek leidt ertoe dat gebeurtenissen die veel media-aandacht krijgen of recentelijk zijn gebeurd, zwaarder wegen in onze inschatting van de realiteit. Denk aan de inval in Oekraïne, die leidt tot massale berichtgeving over wapenleveranties en aanpassingen in de militaire strategie van veel landen. Al deze berichtgeving maakt de kans groot dat we – onbewust – de groei van defensiebedrijven overschatten, omdat we er simpelweg veel over horen.

Kuddegedrag (Herding)

We zijn kuddedieren: als “iedereen” ergens in belegt, dan moet het wel goed zijn. Het lijkt minder riskant om mee te doen met de groep, ook al kan de groep zelf een bubbel vormen. Toen de technologiesector in de jaren ’90 extreem in de lift zat, stapten talloze beleggers in, tot de ‘dotcom-bubbel’ barstte. Desondanks blijven we vatbaar voor zulke hypes. A Random Walk Down Wall Street (Malkiel, 2023) gaat in één van de eerste hoofdstukken uitgebreid over diverse historische bubbels, beginnend mij de tulpenmanie. Zeer het lezen waard.


2. De valkuil van sector-ETF’s

Een sector-ETF (bijvoorbeeld gericht op defensie, technologie, vastgoed, enzovoort) bundelt aandelen uit die specifieke sector in één fonds. Dat biedt enige spreiding over verschillende bedrijven binnen die sector, maar geen spreiding naar andere sectoren. In goede tijden kan zo’n ETF bovengemiddeld presteren, maar wanneer de sector geraakt wordt door regelgeving, afnemende vraag, disruptie of publieke weerstand, dan zakt ook het hele ETF weg. Dit concentratierisico is de eerste grote valkuil.

Ben Felix legt in zijn YouTube-video uit dat beleggers die kiezen voor een sector-ETF dikwijls worden blootgesteld aan:

  • Hoge waarderingen: De “hotte” sector is vaak al duur door populariteit.
  • Ongunstige timing: Veel mensen stappen in nadat een sector al spectaculair is gestegen, waardoor ze de grootste rally gemist hebben.
  • Specifieke risico’s: Als de sector om wat voor reden dan ook wordt geraakt – denk aan strengere regels, verzadiging van de markt of nieuwe concurrentie – zakken al die aandelen in één klap.

Op de lange termijn blijkt dit een minder stabiele en vaak minder winstgevende route dan spreiden over veel sectoren.


3. Historische data en ervaringen

Van rails tot tech: veranderende topposities

Ben Felix verteld in zijn aflevering hoe de best presterende sectoren voortdurend wisselen. Zo waren rond 1900 de meeste beursgenoteerde bedrijven spoorwegmaatschappijen. Later zagen we een verschuiving naar banken, vervolgens weer naar technologie. “Creative destruction” – oftewel het voortdurend vernieuwen van de economie – zorgt ervoor dat wat vandaag nieuw en dominant is, morgen kan worden ingehaald.

Felix noemt ook een reeks sectoren die in bepaalde decennia (vanaf 1934) de absolute topperformers waren, met jaarrendementen van meer dan 25%. Denk aan kantoorartikelen (tot 1944), vliegtuigbouw (tot 1954), computerhardware (tot 1964), goudmijnaandelen (tot 1974), gezondheidszorg (tot 1984), alcohol (tot 1994), steenkool (tot 2004) en scheepsbouw/spoorweguitrusting (tot 2014). In de periode tot 2024 staan vooral elektronicabedrijven voorop.

Wat is echter het constante patroon in deze data? Vrijwel geen van deze toonaangevende sectoren bleef ook in het volgende decennium de markt verslaan. Integendeel, de toppers van het ene decennium presteren vaak under average in het volgende. Met andere woorden: zelfs als je precies op tijd in de winnende sector stapt, moet je tijdig wéér uitstappen (en in een nieuwe topsector stappen) om een voorsprong vast te houden. De praktijk wijst uit dat zo’n perfecte timing nagenoeg niet haalbaar is.

Tesla als voorbeeld van “te laat kopen”

Felix refereert ook aan Tesla, dat in december 2020 aan de S&P 500 werd toegevoegd – juist na een periode van uitzonderlijke koersstijging. Tesla heeft sinds die opname minder gepresteerd dan de index. Dit is een vaak gezien fenomeen: aandelen die worden toegevoegd aan een index (en daarmee ook vaak aan een ETF) groeien daarna niet langer spectaculair door, omdat de hoge verwachtingen al in de prijs verrekend zijn.


4. Waarom de topsector van vandaag niet de topsector van morgen is

4.1 Prijsvorming

Een belangrijk onderdeel van beleggingen is dat koersen de gezamenlijke verwachting van beleggers weergeven. Als de defensiesector – of welke sector dan ook – gunstige vooruitzichten heeft, vertaalt zich dat in een hogere prijs van de aandelen. Om daarna nogmaals bovenmaats te presteren, moet de realiteit beter uitpakken dan de al hoge verwachtingen.

4.2 Winstverwatering

In een snelgroeiende sector is veel concurrentie, en bedrijven geven vaak nieuwe aandelen uit om groei te financieren. Hierdoor stijgt de winst per aandeel minder dan je op basis van de totale winstgroei van de sector zou vermoeden. Het resultaat: zelfs als de sectoromzet groeit, kan het rendement teleurstellen als de aandelenkoersen al vooruitlopen op die verwachte groei, er teveel concurrentie ontstaat of aandeel teveel verwateren.

4.3 Concentratierisico

Een sector die in het ene decennium enorm floreert, kan later door innovatie of regelgeving compleet op zijn kop worden gezet. Denk aan de energietransitie die fossiele brandstoffen minder aantrekkelijk maakt, of nieuwe technologie die defensiecontracten verplaatst van traditionele grote defensiebedrijven naar hightechbedrijven. Wanneer je gespreid belegt, kun je dit soort sectorrisico’s makkelijker opvangen. Wie in één sector-ETF zit, merkt direct de volle impact in zijn portefeuille.


5. De betere strategie: breed gespreid in de markt

Zowel academisch onderzoek als de praktijkervaring van beleggers bevestigt keer op keer dat breed gespreide, wereldwijde indexbeleggingen op de lange termijn de grootste kans bieden op stabiel en marktconform (dus: bovengemiddeld ten opzichte van de gemiddelde actieve belegger) rendement. Door deze brede spreiding loop je geen groot risico dat een enkele sector je portefeuille onderuit haalt. Je profiteert automatisch mee als een sector in de lift zit (omdat deze deel uitmaakt van je wereldwijde mix), zonder dat je zelf hoeft te voorspellen wanneer je moet in- of uitstappen.


De moeilijkheid van timing

Wie probeert de “markt te timen” – het kiezen van het juiste instap- en uitstapmoment – loopt statistisch gezien tegen de muur. Uit diverse studies blijkt dat verreweg de meeste actieve fondsen en particuliere beleggers op lange termijn slechter presteren dan de passieve index. Dat geldt nog sterker voor geconcentreerde sectorbeleggingen.


Conclusie: Versla je de markt, of versla je jezelf?

Het idee dat je de markt structureel kunt verslaan, bijvoorbeeld door te gokken op een sector als defensie of technologie, wordt sterk aangewakkerd door de psychologische valkuilen die Daniel Kahneman heeft blootgelegd. We overschatten onze eigen inzichten (overmoed), negeren tegengeluiden (bevestigingsbias), raken gefixeerd op wat we veelvuldig in het nieuws horen (beschikbaarheid) en volgen de massa (kuddegedrag). Hierdoor geloven we al gauw dat wij wél in staat zijn de volgende winnaar te selecteren.

De analyse van Ben Felix laat zien dat sectorbeleggen historisch zelden leidt tot blijvend betere resultaten. De winnende sector van vandaag is vaak de verliezer van morgen. Bovendien blijven de meeste sectoren achter bij de markt wanneer je over de lange termijn kijkt. De topsectoren die in een bepaald decennium floreren – of het nou defensie, steenkool, goud, luchtvaart of elektronica is – verliezen hun koppositie in het volgende decennium.

Voor de meeste beleggers is de les dan ook helder: spreid je portefeuille, bij voorkeur in een wereldwijde ETF. Daarmee volg je de totale markt, die zich door natuurlijke selectie (creatieve destructie) voortdurend aanpast en de sterkste bedrijven of sectoren vanzelf opneemt. Op lange termijn bespaar je jezelf zo een hoop teleurstelling.


Referentielijst

  1. Ben Felix (2024). “Why Picking Winning Industries is Harder Than You Think.” YouTube-video https://www.youtube.com/watch?v=3B9umhfv_ww
  2. Kahneman, D. (2011). Thinking, Fast and Slow.
  3. Fama, E., & French, K. (1993). Common Risk Factors in the Returns on Stocks and Bonds. Journal of Financial Economics, 33(1), 3-56.
  4. S&P Dow Jones Indices (2023). SPIVA® U.S. Scorecard.
  5. Morningstar (2024). Mind the Gap Report.
  6. American Economic Review (2007). Study on Investor Return Gaps.
  7. AllianceBernstein (2018). Five Investing Biases and Heuristics to Watch For.
  8. Burton G. Malkiel (2023). A Random Walk Down Wall Street.
Laat een bericht achter

Schrijf hier jouw bericht

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *