Als het om geld gaat, hebben veel mensen een diepgewortelde angst om vermogen te verliezen.
Dat is logisch: je werkt hard voor je geld en wilt niet dat alles in één klap verdampt. Hierdoor kan er een hardnekkig vooroordeel ontstaan dat beleggen hetzelfde is als “gokken”. Je zet immers je geld in op iets waarvan de waarde kan dalen. Maar wat nu als ik je vertel dat juist sparen in sommige gevallen meer wegheeft van gokken, en dat beleggen op de lange termijn historisch gezien veel meer zekerheid biedt dan je misschien zou denken?
In deze blog gaan we dieper in op de vraag waarom beleggen géén gokken is, en waarom sparen soms wél een vorm van gokken kan zijn. We bekijken hoe de wereldeconomie zich heeft ontwikkeld, welke rol inflatie speelt en waarom er in de geschiedenis geen periode van 20 jaar is geweest waarin spaargeld (in reële termen) beter heeft gepresteerd dan een wereldwijde aandelenindex (zoals de MSCI World).
1. Het verschil tussen gokken en beleggen
1.1 Wat is gokken?
Gokken is het nemen van een kortetermijnrisico op een uitkomst waar je nauwelijks invloed op hebt. Denk aan casino’s, loterijen of sportweddenschappen: de kans op winst is meestal kleiner dan de kans op verlies, omdat de organisatie (het ‘huis’) statistisch gezien altijd een voordeel heeft. Bij veel gokvormen ontbreekt er iets wezenlijks: een onderliggende waarde die je opbouwt of die meegroeit met de economie.
1.2 Wat is beleggen dan?
Beleggen, en vooral in brede aandelenindices, draait om het verwerven van een aandeel in de onderliggende waarde van een bedrijf of groep bedrijven. Als je bijvoorbeeld in een indextracker op de MSCI World belegt, koop je feitelijk stukjes van honderden tot duizenden ondernemingen wereldwijd. Deze bedrijven produceren goederen, leveren diensten, maken winsten en keren vaak dividend uit. Wanneer het goed gaat met deze bedrijven, neemt de waarde van jouw beleggingsportefeuille toe. Dat is allesbehalve een sprong in het duister – het is een gedeelde deelname in de reële, groeiende economie.
1.3 Het “lange-termijn”-perspectief
Toegegeven, op de korte termijn kan de beurs heftig schommelen. Dáárdoor voelt het voor sommigen alsof het “een gok” is: de koersen kunnen vandaag omhoog en morgen weer omlaag. Maar historisch bewijs toont aan dat wie twintig jaar of langer belegt, vrijwel altijd winst boekt ten opzichte van sparen, zeker als we inflatie meerekenen. Zo bezien is (langetermijn)beleggen veel minder een gok dan vaak wordt aangenomen. Het is eerder een statistisch verantwoorde investering in de wereldeconomie, onderbouwd door ruim een eeuw aan data.
2. Waarom sparen soms wél lijkt op gokken
2.1 Sparen als veilige haven?
Sparen wordt vaak geassocieerd met veiligheid. Je krijgt immers (bijna) altijd je nominale inleg terug. Bovendien bestaat er in Nederland een depositogarantiestelsel tot €100.000 per bank, per rekeninghouder. Dus wat kan daar misgaan? Nou, ten eerste: inflatie.
2.2 Het risico van inflatie
Inflatie is de stijging van het algemene prijspeil. Als de inflatie hoger is dan de spaarrente, daalt de koopkracht van je geld. Met andere woorden: je kunt na een aantal jaar met hetzelfde bedrag minder kopen. Als de inflatie over langere tijd aanhoudt en de rente blijft laag, loop je het risico dat je steeds verder achteruitboert. Dat is niet direct zichtbaar op je spaarrekening (de nominale waarde lijkt “veilig”), maar je verliest ongemerkt koopkracht.
2.3 Gokken dat het meevalt
Als je spaart in een periode waarin de rente beduidend lager is dan de inflatie, dan ben je in zekere zin aan het “gokken” dat de inflatie niet te ver oploopt en dat er spoedig weer rentestijgingen komen. Je stelt je vermogen bloot aan de grillen van het monetaire beleid en de macro-economische context, met de hoop dat je op termijn niet te veel reële waarde kwijtraakt. Het is natuurlijk niet hetzelfde als een dobbelsteen in het casino, maar de kern is dat je géén actief belang in de groei van de economie hebt en dat je enkel passief afwacht wat de (centrale) banken doen.
3. Historisch bewijs: 20-jaarsperioden
3.1 De MSCI World Index
Om de prestaties van spaargeld versus beleggen goed te vergelijken, is de MSCI World Index een nuttige meetlat. Deze index volgt de aandelen van grote en middelgrote bedrijven in de ontwikkelde markten (voornamelijk Noord-Amerika, Europa en het Verre Oosten). Sinds de officiële lancering in 1969 zijn de koersontwikkelingen nauwkeurig vastgelegd. Kijk je naar de Total Return variant – dus inclusief herbelegde dividenden – dan zie je een stabiel stijgende lijn over de heel lange termijn, ondanks schommelingen op de korte termijn.
3.2 Geen negatief rendement na 20 jaar
Wat blijkt? Er is geen enkele 20-jarige periode te vinden waarin een belegging in de MSCI World Total Return Index eindigde met een negatief resultaat. Met andere woorden: wie 20 jaar bleef zitten, had altijd méér geld dan de startinleg (in nominale termen). Zelfs als je die 20 jaar begon vlak voor een beurscrash (denk aan 2000, net voor de internetzeepbel, of 2007, net voor de kredietcrisis), dan nog was je na twee decennia in de plus geëindigd.
3.3 Vergelijking met sparen
Als we daarbij ook nog eens kijken naar inflatie (dus naar het reële rendement), blijkt er geen 20-jarige periode te zijn waarin spaargeld, gecorrigeerd voor inflatie, beter presteerde dan de MSCI World (met herbelegde dividenden). Sparen was – op de korte termijn – soms rendabeler (bijvoorbeeld rond 2008-2009, toen de beurzen kelderden), maar zodra je de horizon op 20 jaar zet, komt de kracht van aandelen steevast bovendrijven.
3.4 Oorzaak: economische groei en dividendherbelegging
Dit is geen toeval. Bedrijven die in een wereldwijde index zitten, profiteren van de economische groei, technologische vooruitgang en globalisering. Daarnaast keren veel bedrijven dividend uit, wat in een indexfonds doorgaans automatisch wordt herbelegd. Dat herbeleggen zorgt voor een compounding-effect: je ontvangt dividend op je dividend, en dat levert over de jaren heen een flinke extra opbrengst op.
4. De rol van inflatie: waarom aandelen beschermen en spaargeld verliest
4.1 Aandelen als bescherming tegen inflatie
Bij inflatie gaan de prijzen van goederen en diensten omhoog. Bedrijven hebben dan vaak de mogelijkheid om hun prijzen mee te verhogen, waardoor de omzet (en soms ook de winst) meegroeit met de inflatie. Daardoor beschermt een aandeleninvestering je vermogen deels tegen de gevolgen van stijgende prijzen. Zeker in een wereldwijde index spreid je bovendien het risico over meerdere regio’s, waardoor grote inflatiepieken in één bepaald land minder impact hebben op je hele portefeuille.
4.2 Spaarrente achtergebleven
Gedurende verschillende decennia was de spaarrente in veel landen weliswaar nominaal hoog, maar bleef de reële rente (na inflatie) vaak beperkt. Denk aan de jaren 70: de rentes oogden toen indrukwekkend, maar de inflatie was ook enorm hoog. In de afgelopen jaren zagen we juist lage rentes en een soms oplopende inflatie, wat tot negatieve reële spaarrentes leidde. Feitelijk betaal je als spaarder dan een onzichtbare “belasting” in de vorm van koopkrachtdaling.
4.3 Het “gok”-aspect
Als je spaargeld vooral op een laagrentende rekening staat en je hoopt dat de inflatie meeviel of dat de rentes weer snel zouden gaan stijgen, ben je in zekere zin aan het speculeren op macro-economische invloeden. En zoals je weet: centrale banken, politieke besluiten en internationale crisissituaties zijn moeilijk te voorspellen. Het is vergelijkbaar met gokken op een (relatief kleine) kans dat alles in jouw voordeel uitvalt. Ondertussen tikt de inflatie gewoon door.
5. Gedrag en emoties: de echte valkuil
5.1 Paniek tijdens dalingen
Eén van de grootste obstakels voor succesvolle langetermijnbeleggingen is emotie. De beurzen kunnen soms hard omlaag duiken. Denk aan de coronacrash in maart 2020, waar binnen enkele weken de koersen met tientallen procenten daalden. Op zo’n moment kan paniek toeslaan: mensen verkopen in paniek en denken “ik stop ermee, dit is pure gokkerij”. Maar wat gebeurde er vervolgens? Een groot deel van de markt herstelde zich in de maanden en jaren daarna weer snel.
5.2 Discipline loont
Wie rustig blijft zitten en zelfs bijschaft wanneer de markt daalt, profiteert vaak van lagere aankoopkoersen. De historische cijfers laten zien dat zulke dips bijna altijd weer worden goedgemaakt op langere termijn, mede vanwege het onderliggende groeimechanisme van de wereldeconomie. Het is juist timing dat een gok maakt van beleggen: als je krampachtig probeert in- en uit te stappen op de juiste momenten, vergroot je de kans dat je de beste herstelrally’s mist.
5.3 Sparen en emotie
Sparen voelt daarentegen vaak kalmer: de nominale waarde gaat niet op en neer. Maar achter deze schijnveiligheid kan een sluipend risico schuilen: de onzichtbare erosie door inflatie. Je wordt niet geconfronteerd met schommelende grafieken, maar wel met minder koopkracht. Dat voelt misschien minder heftig, maar het is in feite nog steeds een “kansspel” met onzekere uitkomst: als de inflatie langdurig hoog blijft en de rente laag, verlies je ongemerkt veel vermogen in reële termen.
6. De kracht van diversificatie
6.1 Waarom wereldwijd?
Om de vergelijking tussen sparen en beleggen eerlijk te maken, moet je vooral kijken naar een breed gespreide belegging, niet naar losse individuele aandelen of obscure cryptomunten. Een wereldwijde index (zoals de MSCI World of MSCI All Country World) bestaat uit honderden, zo niet duizenden bedrijven, verspreid over regio’s als de VS, Europa, Japan en Australië. Zo voorkom je dat het falen van één onderneming, land of sector je hele vermogen naar nul reduceert.
6.2 De vergelijking met gokken
Een kenmerk van gokken is meestal dat je alles inzet op één uitkomst. De kans op verlies is daardoor groot. Bij wereldwijd gespreid beleggen is het tegendeel het geval: je spreidt het risico over talloze sectoren en regio’s. In elk geval heb je een veel beter “huisvoordeel” dan bij een casino, omdat de wereldeconomie gemiddeld gezien groeit en de aandelenkoersen daar in de loop van jaren op mee liften.
7. Praktische tips om te beginnen met beleggen
- Zorg voor een noodbuffer
Voordat je begint met beleggen, is het verstandig om eerst een financiële buffer te hebben voor onvoorziene uitgaven (bijvoorbeeld kapotte wasmachine, autopech, een tijdje zonder werk). Die buffer kun je op een spaarrekening houden, zodat je er altijd bij kunt en niet hoeft te verkopen als de beurs net is ingestort. - Kies voor een brede indextracker
Een of meerdere ETF’s (indextrackers) die de hele wereldmarkt dekken, hebben vaak lage kosten en een ruime spreiding. Zo minimaliseer je het risico van een misser in één land, sector of bedrijf. - Denk in jaren, niet in dagen
Het hele idee van langetermijnbeleggen is dat je geen gok neemt op wat morgen of volgende maand gebeurt, maar dat je vertrouwt op het historisch bewezen groeipad van de wereldeconomie. Laat je dus niet gek maken door dagkoersen. - Blijf herbeleggen
Dividenden klinken leuk als cash in je account, maar het is juist de kracht van herbeleggen die over decennia zorgt voor het fameuze rente-op-rente-effect. Kies daarom voor een accumulerende variant van een ETF of zorg dat je dividend handmatig steeds herbelegt. - Bepaal je risicoprofiel
Hoeveel risico kun en wil je nemen? Ben je jong en heb je nog 20-30 jaar tot je pensioen? Dan kun je relatief veel in aandelen zitten. Heb je het geld binnen 5 jaar nodig, bijvoorbeeld voor een huis, dan is (te) veel beleggen in aandelen juist niet verstandig. Zorg dat je horizon matcht met je beleggingen.
8. Conclusie: “Beleggen is géén gokken, sparen soms wél”
Hoewel het misschien paradoxaal klinkt, is de kans dat je op de korte termijn een verlies lijdt met aandelen groter dan met sparen. Kijk je echter over 20 jaar, dan laten alle gegevens zien dat een breed gespreide aandelenindex, zoals de MSCI World, sterker uit de bus komt dan spaargeld in reële (na inflatie) termen. In die zin is langetermijnbeleggen juist het tegenovergestelde van gokken: je baseert je op een historische trend van economische groei, gespreid over de hele wereld, en je rekent op de stabiliteit die dat gemiddeld biedt. Lees meer in dit artikel over het bereiken van financiële onafhankelijkheid.
Sparen voelt veilig, maar als de rente laag is en de inflatie aanhoudend hoger, dan kun je zelfs na 20 jaar minder koopkracht hebben dan je oorspronkelijk had. Dan is het juist sparen dat het karakter krijgt van een gok: je hoopt dat de omstandigheden snel verbeteren, maar je hebt er weinig controle over. De fundamentele les is: als je een voldoende lange beleggingshorizon hebt (en een gezonde buffer op de spaarrekening houdt), is de kans verwaarloosbaar dat je slechter af bent dan wanneer je alleen spaart.
Referenties
- Dimson, E., Marsh, P., & Staunton, M.
Credit Suisse Global Investment Returns Yearbook.
Jaarlijkse rapportage met lange-termijnrendementen van diverse activaklassen sinds 1900. - Siegel, J.
Stocks for the Long Run.
Een diepgaande analyse van de prestaties van de Amerikaanse aandelenmarkt over twee eeuwen. - Malkiel, B.G.
A Random Walk Down Wall Street.
Betoogt dat de markt grotendeels efficiënt is en dat een brede indexbelegging beter rendeert dan stockpicking op de lange termijn. - MSCI World Index (officiële website)
Informatie over de samenstelling en prestatie van de MSCI World:
msci.com/world - Diverse Centrale Banken (ECB, Federal Reserve)
Data over inflatie en spaarrentes zijn te vinden in de rapporten en statistische publicaties van de Europese Centrale Bank en de Amerikaanse Federal Reserve.
Tot slot
Hopelijk heeft dit blogartikel je meer inzicht gegeven in waarom “beleggen geen gokken” is. Het draait om rationeel meeliften op de groei van de wereldeconomie, met een bewezen track record van meer dan een eeuw. Tegelijk kan “gewoon sparen” juist een grotere gok zijn dan het lijkt, vanwege de onvoorspelbare factor van inflatie. Heb je vragen of wil je meer weten over hoe je verstandig kunt beginnen met indexbeleggen? Laat het ons weten.